> Folk on Film / America

Folk on Film !

Voici une première approche de ce thème au Nova, pour voir de quel bois s’est chauffé et se chauffe encore le folk au cinéma. Voyons de quels mythes le folk s’inspire, mais aussi ceux qu’il engendre. Un folk tantôt rousseausïste (les belles traditions v/s l’horrible modernité), tantôt hobbesien (les affreux rednecks), tantôt tolstoïens (le folk rend le monde plus beau, proche de la nature, outil de transcendance), tantôt proches des mouvements révolutionnaires (du syndicalisme américain de Woody Guthrie aux révolutions 68ardes fantasmées), tantôt détruit par le collectivisme, tantôt par le libéralisme consumériste, mais toujours à l’aise dans l’intimité des petites cellules sociales. Un accent particulier est mis sur ceux et celles qui, caméra, stylo ou enregistreur à la main, ont collecté cette musique. Qu’ils en aient fait des films, des disques, ou encore du miel pour leurs propres musiques. Alan Lomax, la figure la plus connue lorsqu’on évoque le collectage, est absent de ce module, pour mieux laisser la place à d’autres, peut-être moins célèbres, et pour y revenir plus tard, avec déjà d’autres figures en tête.

Ce premier module Folk on Film offre une large part aux États-Unis. Il faut dire que c’est là bas que le folk, après l’arrivée des colons blancs et des esclaves noirs, à aider à définir ce nouveau peuple constitué. Projet des Lumières, qui fait suite aux mouvements romantico nationalistes du XIXème où Chopin pour la Pologne, Rimsky Korsakov, Borodin ou Moussogrsky pour la Russie, Verdi pour l’Italie, et bien sûr Bartók et Kodály pour la Hongrie, avaient utilisé la musique traditionnelle pour en faire l’âme des peuples et des nations nouvelles. C’était alors de la musique de Cour, de salles de concert et de salons. L’apparition du disque donna une voix directe aux Skip James, Woody Guthrie, Leadbelly, héros du folk, du blues américain appartenant aux classes populaires. Le commerce d’un côté, les théories généreuses et collectages d’un Alan Lomax de l’autre, permettaient à la musique populaire, pour la première fois de l’histoire de l’Occident, de devenir la musique la plus écoutée, à l’heure où la musique savante découvrait l’abstraction.

Folk on Film, c’est évidemment l’envie de proposer du Cinéma, qui se pose des questions de formes, où le folk peut être central ou un simple élément constitutif d’un style. La présence de Hal Ashby, Arthur Penn, Walter Hill, Miklós Jancsó, Les Blank, devra pouvoir intéresser les cinéphiles, a priori peu sensibles au folk en soi. La télévision ayant souvent pris le temps de documenter le folk, nous proposons un large nombre de séances témoignant de cela, sous l’étiquette "TV folk". Il y aura beaucoup de films mais pas de concert américain. En revanche, pour accompagner les certains films, nous invitons des musiciens et conférenciers qui joueront et nous parleront de Folklore Wallon, des musiques traditionnelles de France, des danses et musiques populaires des Pouilles, des chants kabyles, et de la musique traditionnelle hongroise. Nous vous laissons découvrir le détail de ces soirées vivantes dans les pages qui suivent.


Folk on Film

En dan nu, voor het eerst in Nova, een gelegenheid om te kijken hoe folk en film samengaan. Om te zien door welke mythes folk wordt geïnspireerd, maar ook welke mythes folk voortbrengt. Een soms Rousseau-achtige folk (de mooie tradities vs de vreselijke moderniteit), dan weer een Hobbesiaans (die afschuwelijke rednecks), soms Tolstojaans (folk maakt de wereld mooier, brengt ons dichter bij de natuur, een middel tot transcendentie), dan weer quasi revolutionair (het Amerikaanse syndicalisme van Woody Guthrie en later de revolutionaire verbeelding van ‘68). Nu eens kapot gemaakt door het collectivisme, dan weer door de liberale consumptiementaliteit, maar altijd goed gedijend in de intimiteit van een kleine sociale kring. We besteden speciaal aandacht aan zij die met camera, pen of bandopnemer in de aanslag deze muziek hebben vastgelegd. Zij die er films en platen van gemaakt hebben of ervan geprofiteerd hebben voor hun eigen muziek. Alan Lomax, de meest bekende folkverzamelaar, laten we voor een keertje links liggen. Want we gunnen plaats aan andere, minder beroemde figuren... om later weer op hem terug te komen, waarvoor we nu al heel wat ideeën in gedachte hebben !

In deze eerste module van Folk on Film gaat veel aandacht naar de Verenigde Staten. Het moet gezegd zijn dat juist daar de folk, als muziek door het volk en voor het volk, van betekenis is voor de identificatie van een land dat zich laat definiëren door zijn volk zelf. Een project van de Verlichting, dat volgde op de romantische-nationalistische bewegingen van de 19e eeuw, toen Chopin voor Polen, Rimsky Korsakov, Borodin en Moussogrsky voor Rusland, Verdi voor Italië, en natuurlijk Bartok en Kodaly voor Hongarije traditionele muziek hebben gebruikt om er de ziel van volkeren en nieuwe naties mee vorm te geven. Toen was het hofmuziek, muziek voor concertzalen en salons. Met het verschijnen van de langspeelplaat kregen Skip James, Woody Guthrie, Leadbelly, Amerikaanse folk- en blueshelden uit de volksklasse hun eigen stem. De commercie aan de ene kant, de theorieën en verzamelingen van een Alan Lomax aan de andere kant, zorgden ervoor dat populaire muziek, voor de eerste keer in de westerse geschiedenis, de meest beluisterde muziek werd, op hetzelfde moment dat intellectuele muziek de abstractie ontdekte.

Folk on Film toont cinema die zich vragen stelt over de vorm, waarin folk centraal kan staan of simpelweg een bestanddeel vormt van een stijl. De aanwezigheid van Hal Ashby, Arthur Penn, Walter Hill, Miklos Jancso, Les Blank, zou cinefielen, die a priori weinig voeling hebben met folk, moeten aanspreken. Televisie heeft vaak de tijd genomen om folk te tonen, vandaar een uitgebreid aantal vertoningen onder het label “Tele-Folk”. Er zijn veel films van Amerikaanse bodem maar geen concert. Wel zijn er muzikanten en conferenciers die de Waalse folklore, de traditionele Franse muziek, de dansen en volksmuziek van Apulië, de gezangen van het Kabylische volk en traditionele Hongaarse muziek uitvoeren of bespreken. Lees er alles en nog meer over op de hierna volgende pagina’s.


Les Blank

Les Blank s’est longtemps rêvé écrivain. Il était nourri de récits épiques, de narration tordue à l’américaine, à la suite de Melville, de déracinés à la Conrad. Et puis, constatant que son talent de conteur crayon à la main n’était pas à la hauteur de ses attentes, il prit une caméra. Il commença par faire des films industriels pour gagner sa croûte, puis fonda Flower Films en 1967 (sic). De là se dessine un parcours personnel, partant de ce qui l’intéresse : filmer les gens de près. Cela se traduit par la forme et par les sujets choisis, par sa grammaire cinématographique autant que dans le montage de ses films, qui l’amèneront à dresser des portraits intimes de musiciens sans qui nous n’aurions quasi aucune image filmée ! Les particularités physiques des gens, ce qu’ils mangent, comment ils dansent, leur façon de parler, voilà ce que documente Les Blank sur des pellicules 16 mm aux couleurs vives. Il donne ainsi un aspect cinématographique fort et généreux à la vie de gens qui rendent le monde plus beau en l’habitant, devenus ainsi personnages à la Tolstoï grâce au cinéaste. Ses films sur Werner Herzog et en particulier celui sur le tournage de Fitzacarraldo lui ont valu la reconnaissance critique, ainsi que ses sujets étranges tels que les gens qui aiment l’ail et la beauté des femmes aux dents du bonheur.


Les Blank

Een van de eerste films van Les Blank in zijn directe en meeslepende stijl, in de geest van die tijd. De Texaanse bluesman Lightning Hopkins was toen de ster van de revivalfestivals. Les Blanks toont hem hier thuis, als fascinerend muzikant en ultieme poseur die de blues op zijn bank speelt en uitlegt. Een rodeo-scene met toeschouwers en deelnemers die allemaal zwart zijn, breekt met de Europese overtuiging dat typisch Amerikaanse bezigheden "geraciseerd" zijn, ook al zijn ze aan het eind van de jaren zestig nog steeds gesegregeerd. Lighting Hopkins spreekt over segregatie met een anekdote tijdens een concert dat de film kenmerkt. Drie jaar later wijdde Les Blank een film aan Mance Lipscomb, die ook herontdekt werd, omdat het publiek nu zijn platen kon kopen. We zagen hem met Lightining Hopkins in de vorige film. De muziekscènes zijn natuurlijk prachtig, maar hem in zijn element zien verleent deze uitzonderlijke Texaanse country/blues gitarist extra cachet en kracht. Tommy Jarrel, violist uit de Blue Ridge Moutains, het mekka van de Amerikaanse traditionele muziek, wordt op een contemplatieve manier getoond, dicht bij de natuur en mensen. Of hij nu in zijn tuin speelt, op een kerkfeest of op een traditioneel muziekfestival, steeds is hij vol verbazingwekkende energie. Aan tijdloze liederen voegt hij altijd een vers of twee uit eigen mouw geschud : heerlijk !


Les Blank
The Blues according to Lightnin’ Hopkins
The Blues according to Lipghting Hopkins
The Blues according to Lipghting Hopkins
A well spent Life
A well spent Life
A well spent Life
Sprout Wings and Fly
Sprout Wings and Fly
Sprout Wings and Fly
Les Blank : Blues & Folk

L’un des premiers films de Les Blank qui impose son style direct et immersif, dans l’esprit de l’époque. Lightnin’ Hopkins, bluesman texan est alors star des festivals du revival. Les Blank nous le montre ici chez lui, musicien fascinant, poseur ultime jouant et expliquant le blues sur son canapé. La scène du rodéo, où spectateurs et participants sont tous noirs, tord le cou aux croyances européennes qui veulent "raciser" des occupations américaines qui concernent tout le monde, même si en cette fin des années soixante, elles se pratiquent encore séparément. La ségrégation, Lightnin’ Hopkins en parle lors d’une anecdote en concert qui marque le film. Trois ans plus tard, Les Blank consacre un film à Mance Lipscomb, lui aussi en pleine redécouverte vu que le public peut désormais acheter ses disques. On l’avait vu au côté de Lightnin’ Hopkins dans le film précédent. Si les scènes de musique sont évidemment savoureuses, le voir évoluer dans son élément ajoute encore de la force et de la puissance à ce guitariste country/blues Texan d’exception. Tommy Jarrel, violoniste des Blue Ridge Moutains, haut lieu de la musique trad américaine, est montré de manière contemplative, proche de la nature et des gens. Qu’il joue dans son jardin, dans une fête à l’église, de vieux morceaux trad, on le retrouve toujours remplit d’une énergie sidérante, ajoutant à des chansons immémoriales, un vers ou deux tirés de sa besace : réjouissant !

+ The Blues according to Lightnin’ Hopkins

Les Blank, 1968, US, 16mm > video, vo st ang, 31'

+ A well spent Life

Les Blank, 1968, US, 16mm > video, vo st ang, 44'

+ Sprout Wings and Fly

Les Blank, 1983, US, 16mm > video, vo st fr, 30'

16.05 > 20:00 + 16.06 > 19:00
Les Blank : Blues & Folk

Een van de eerste films van Les Blank in zijn directe en meeslepende stijl, in de geest van die tijd. De Texaanse bluesman Lightning Hopkins was toen de ster van de revivalfestivals. Les Blanks toont hem hier thuis, een fascinerend muzikant, een ultieme poseur die de blues op zijn bank speelt en uitlegt. Een rodeo-scene, waar toeschouwers en deelnemers allemaal zwart zijn, breekt met de Europese overtuiging dat typisch Amerikaanse bezigheden "geraciseerd" zijn, ook al zijn ze aan het eind van de jaren zestig nog steeds gesegregeerd. Lighting Hopkins spreekt over segregatie tijdens een anekdote op een concert dat de film kenmerkt. Drie jaar later wijdde Les Blank een film aan Mance Lipscomb, die ook herontdekt werd, omdat het publiek nu zijn platen kon kopen. We zagen hem met Lightining Hopkins in de vorige film. De muziekscènes zijn natuurlijk prachtig, maar hem in zijn element zien, geeft aan deze uitzonderlijke Texaanse country/blues gitarist extra cachet en kracht. Tommy Jarrel, violist uit de Blue Ridge Moutains, het mekka voor de Amerikaanse traditionele muziek, wordt op een contemplatieve manier getoond, dicht bij de natuur en mensen. Of hij nu in zijn tuin speelt, op een kerkfeest of op een traditioneel muziekfestival, steeds is hij vol verbazingwekkende energie. Aan tijdloze liederen voegt hij altijd een vers of twee toe uit eigen mouw geschud : heerlijk !

+ The Blues according to Lipghting Hopkins

Les Blank, 1968, US, 16mm > video, vo st ang, 31'

+ A well spent Life

Les Blank, 1968, US, 16mm > video, vo st ang, 44'

+ Sprout Wings and Fly

Les Blank, 1983, US, 16mm > video, vo st fr, 30'

16.05 > 20:00 + 16.06 > 19:00
Les Blank #1

+ The Blues according to Lipghting Hopkins

Les Blank, 1968, US, 16mm > video, vo st ang, 31'

+ A well spent Life

Les Blank, 1968, US, 16mm > video, vo st ang, 44'

+ Sprout Wings and Fly

Les Blank, 1983, US, 16mm > video, vo st fr, 30'

16.05 > 20:00 + 16.06 > 19:00
Spend It All
Spend It All
Spend It All
Always for Pleasure
Always for Pleasure
Always for Pleasure
Les Blank : Bayou & New Orleans

Les Blank filme les Cajuns, dans une Louisiane dont il connaît les chemins, les routes, les rivières, le bayou, et nous les fait emprunter. On s’approche au plus près des coutumes comme la pêche, les courses de chevaux et la nourriture (les crawfishs, bien sûr !). La musique n’est pas en reste puisque les Frères Balfa, l’une des plus célèbre fratrie de la musique Cajun, fournissent la bande son. "Always for Pleasure" est l’un des titres les plus connus de Les Blank. Il a su poser l’œil d’abord, la caméra ensuite, dans les recoins les plus vivants de La Nouvelle Orléans. Il en montre les spécificités, mais aussi ce qui rassemble les gens. Le Mardi Gras des "indians", les enterrements, "second line", qu’ils soient noirs ou blancs, la St Patrick… Pas que du folk bien sûr, mais de la musique urbaine éminemment populaire et profondément enracinée. On y retrouve Allen Toussain, Irma Thomas, The Neville Brothers et le génial Professor Longhair. On se dit que David Simon, préparant "Treme" a du regarder tout ça de près…

+ Spend It All

Les Blank, 1971, US, 16mm > video, vo st ang, 43'

+ Always for Pleasure

Les Blank, 1978, US, 16mm > video, vo st ang, 57'

09.06 > 19:00 + 14.06 > 19:00
Les Blank : Bayou & New Orleans

Les Blanks filmt de Cajuns in Louisiana, waarvan hij wegen, routes, rivieren, rivierarmen kent en die hij inslaat. We komen zo dicht mogelijk in de buurt van gebruiken zoals vissen, paardenrennen en eten (crawfish natuurlijk !). De muziek is niet te overtreffen want het zijn de Balfa Brothers, de bekendste broers uit de Cajunmuziek, die de soundtrack leveren. "Always for Pleasure" is een van Les Blanks bekendste films. Eerst richt hij zijn blik en daarna zijn camera op de meest levendige hoeken van New Orleans. Hij toont wat er bijzonder is, maar ook wat mensen bij elkaar brengt. De Mardi Gras van de "Indianen", de begrafenissen en "second line", of ze nu zwart of wit zijn, St Patrick’s Day.... Niet alleen folk natuurlijk, maar bij uitstek populaire en diepgewortelde stedelijke muziek. We zien Allen Toussain, Irma Thomas, The Neville Brothers en de briljante professor Longhair. Het lijkt wel of David Simon voor zijn serie "Treme" dit heel goed bekeken heeft.

+ Spend It All

Les Blank, 1971, US, 16mm > video, vo st ang, 43'

+ Always for Pleasure

Les Blank, 1978, US, 16mm > video, vo st ang, 57'

09.06 > 19:00 + 14.06 > 19:00
Dry Wood
Dry Wood
Dry Wood
Hot Pepper
Hot Pepper
Hot Pepper
Les Blank : Accordéon créole en Louisiane

Pour finir en beauté ce petit focus sur Les Blank, deux films de 1973 tournés au même moment sur deux des accordéonistes créoles les plus emblématiques : Alphonse "Bois sec" Ardoin et Clifton Chenier, le "Roi du Zydéco". Les Blank prend le temps de les filmer dans leurs familles au moment de la préparation et du partage des repas. Tout y est magnifique, les scènes de mardi gras à la campagne (à comparer avec celles chez les Cajuns ou celles chez les wallons dans les autres films diffusés ici), les scènes de discussion sous le porche, dans le camion amplifié qui envoie le son dans toute la campagne... On en sort avec de la musique plein les oreilles, souvent belle, parfois très drôle, déconcertante aussi. Les images et les discussions placent ces musiciens dans leur environnement, nous donnant l’impression de les connaître un peu.

+ Dry Wood

Les Blank, 1973, US, 16mm > video, vo st ang, 37'

+ Hot Pepper

Les Blank, 1973, US, 16mm > video, vo st ang, 54'

09.06 > 21:00 + 14.06 > 21:00
Les Blank : Creoolse accordeon in Louisiana

Ter afsluiting van deze mini-focus op Les Blank, twee films uit 1973 die tegelijkertijd werden opgenomen, over twee van de meest emblematische Creoolse accordeonisten : Alphonse "Bois sec" Ardoin en Clifton Chenier, de "Koning van de Zydeco". Les Blanks neemt de tijd om ze in hun familie te filmen bij het bereiden en delen van de maaltijd. Alles is prachtig, de scènes van mardi gras op het platteland (te vergelijken met die van de Cajuns of die van de Walen in de andere films die hier getoond worden), de discussies op de veranda, de geluidsversterkte vrachtwagen die muziek over het hele platteland verspreidt... We komen buiten met oren vol muziek, vaak mooi, soms erg grappig en subliem. De beelden en discussies tonen deze muzikanten in hun omgeving wat de indruk geeft dat we ze een beetje kennen.

+ Dry Wood

Les Blank, 1973, US, 16mm > video, vo st ang, 37'

+ Hot Pepper

Les Blank, 1973, US, 16mm > video, vo st ang, 54'

09.06 > 21:00 + 14.06 > 21:00
Pete Seeger’s Rainbow Quest TV Folk

Pete Seeger, figure centrale et stimulante du premier grand revival folk, fait le lien entre la génération de Leadbelly, Woody Guthrie, et celle de Dylan, voire des suivantes, puisqu’il est mort en 2014 dans sa 95ème année, encore actif. Ecarté des ondes radio et télé pendant 15 ans après le Maccarthysme, il faut attendre le début des années 70 et un courageux Johnny Cash pour le réinviter à une heure de grande écoute, à l’occasion d’ une chanson anti-guerre du Vietnam. En 1965-66, une toute petite chaîne de télé new-yorkaise émettant essentiellement en espagnol, lui propose une série d’émissions. C’est ainsi qu’apparaît "Rainbow Quest", Hootenany filmé, entrecoupé parfois par des documents filmés par Pete et sa femme. Il y chante, donne des cours de banjo, fait chanter le public en karaoké, mais surtout, il y invite d’excellents musiciens, connus ou non, à partager les chansons autour d’une table, instruments à la main, sans script ni public. On y retrouve la générosité, l’immense qualité d’interprétation du bonhomme, et ses manies de chef scout un peu relou. Lors d’un jeudi et trois dimanches, voici 4 des 39 émissions enregistrées en un peu plus d’un an !


Pete Seeger’s Rainbow Quest

Pete Seeger, het gezicht van de eerste grote Amerikaanse folkrevival, is de schakel tussen de generatie van Leadbelly, Woody Guthrie, en die van Dylan, zo niet de volgende, aangezien hij in 2014 op zijn 95e overleed, en tot dan nog steeds actief was. Na het McCarthyisme verdween Pete Seeger 15 jaar lang van de radio- en tv-golven, totdat een dappere Johnny Cash hem aan het begin van de jaren zeventig prime time uitnodigde voor een lied tegen de oorlog in Vietnam. In 1965-66 bood een zeer kleine New Yorkse tv-zender, die voornamelijk in het Spaans uitzond, hem een reeks programma’s aan. Zo ontstond "Rainbow Quest", Hootenany gefilmd, soms afgewisseld met documenten gefilmd door Pete en zijn vrouw. Hij zingt, geeft banjolessen, laat het publiek karaoke zingen, maar vooral nodigt hij uitstekende muzikanten, al dan niet bekend, uit. Ze delen hun liederen rond een tafel, instrumenten in de hand, zonder scenario of publiek. We vinden er de vrijgevigheid, de immense kwaliteit van zijn vertolking, en zijn manie als een beetje botte scoutsleider. Op een donderdag en drie zondagen tonen we hier 4 van de 39 uitzendingen die in iets meer dan een jaar tijd zijn opgenomen.


Hedy West, Mississippi John Hurt & Paul Cadwell Episode 36

Nous démarrons cette programmation par un épisode résumant à lui seul la diversité du folk américain dans les années 60. Pete Seeger reçoit la jeune Hedy West, qui émerge à la fin des années 50. Elle joue du banjo long neck, chante fort et de manière très émouvante. Richard Anthony lui piquera la mélodie de "J’entends siffler le train"... Il reçoit également Paul Caldwell, banjoïste rapide des Appalaches, plus tout jeune et inconnu, excellent musicien trad, et enfin Mississipi John Hurt, le franc tireur blues au picking extraordinaire, connu par ses enregistrements de 1928, et star du revival blues des années 60. Episode varié donc, avec plein de super musique.

16.05 > 22:00
Hedy West, Mississippi John Hurt & Paul Cadwell

We beginnen dit programma met een aflevering die de diversiteit van de Amerikaanse volksmuziek in de jaren 1960 samenvat. Pete Seeger ontvangt de jonge Hedy West, die eind jaren vijftig opdook. Ze speelt de long neck banjo, zingt luid en zeer ontroerend. Richard Anthony stal haar melodie van "500 Miles Away from Home". Hij ontving ook Paul Caldwell, een onbekende snelle banjospeler van de Appalachen, een uitstekende traditionele muzikant, en tot slot Mississippi John Hurt, de blues-einzelgänger met buitengewone picking-techniek, bekend om zijn opnames uit 1928, en de ster van de bluesrevival van de jaren zestig. Een gevarieerde aflevering dus, met veel uiterst goede muziek.

16.05 > 22:00
Jean Redpath & Roscoe Holcomb Episode 17

Jean Redpath, chanteuse écossaise émigrée aux Etats-Unis, a une voix superbe. Sublime interprète, elle a mis en musique Robert Burns, LE poète fondateur pour l’Ecosse. Elle chante ici des "tubes" du répertoire. Roscoe Holcomb est l’une des énormes découvertes du revival folk des Sixties. Natif des Appalaches, il est une sorte de Buster Keaton du folk. Voix tendue et impressionnante, technique unique de banjo et de guitare, son visage n’exprime rien. Mais la puissance de son interprétation figea le monde du folk quand il fut découvert, déjà âgé. Pete n’en revient pas et n’a jamais entendu cet accordage de banjo. Il égraine l’instrument... et nous permet de lui piquer son truc.

26.05 > 18:00
Jean Redpath & Roscoe Holcomb

Jean Redpath, een Schotse zangeres die naar de Verenigde Staten emigreerde, heeft een prachtige stem. Als subliem performer zette ze Robert Burns op muziek, de dichter van Schotland. Hier zingt ze "hits" uit het repertoire. Roscoe Holcomb is een van de grote ontdekkingen van de folkrevival van de jaren zestig. Als inwoner van de Appalachen is hij een soort van Buster Keaton van de folk. Een indrukwekkende stem, een unieke banjo- en gitaartechniek, maar zijn gezicht verraadt niets. De kracht van zijn vertolking betoverde de folkwereld toen hij werd ontdekt op latere leeftijd. Pete kan er niet van over. Zo heeft hij nog nooit een banjo horen stemmen. Hij beroert de snaren... zodat wij dit kunnen afkijken.

26.05 > 18:00
Rosa Valentin, Rafael Martinez & Elizabeth Cotten Episode 3

A l’époque comme de nos jours, personne ne connaissait ces deux jeunes portoricains. Ils chantent le répertoire hispanique latino, rempli de l’imaginaire révolutionnaire de son temps. Pete en profite pour nous ressortir "Guantanamerra", qu’il a en grande partie fait connaître mondialement. Son arrangement de guitare n’est d’ailleurs pas pour rien dans le succès de la chanson. Elizabeth Cotten, autrice et musicienne "oblique", fut par un hasard compliqué, la gouvernante de Peggy, demi sœur de Pete. Voyant que la famille Seeger s’intéresse aux musiques folks, elle empoigne un jour une guitare, et, jouant à l’envers, laisse l’illustre famille bouche bée. Ils la font découvrir dans les milieux folks où elle fait un tabac. C’est elle qui a écrit à 8 ans "Freight Train" que des générations de guitaristes folk ont joué, mais jamais comme elle. Sa présence et sa voix sont touchantes à un point non exprimable par des mots. Et même si Pete prend un peu de place ici, le moment est magique. Si vous en ressortez les yeux secs, c’est que votre cœur l’est aussi.

09.06 > 18:00
Rosa Valentin, Rafael Martinez & Elizabeth Cotten

Vroeger, net zoals nu, kende niemand deze twee jonge Puerto Ricanen. Ze zingen het Latino-Spaans repertoire, vol met de revolutionaire verbeelding van zijn tijd. Pete maakt van de gelegenheid gebruik om "Guantanamerra" te brengen, dat hij grotendeels wereldwijd bekend heeft gemaakt. Zijn gitaararrangement is niet voor niets bepalend voor het succes van het lied. Elizabeth Cotten, auteur en "outsider" musicus, was door een ingewikkeld toeval de nanny van Peggy, Pete’s halfzus. Aangezien de familie Seeger geïnteresseerd was in volksmuziek, greep ze op een dag een gitaar die ze omgekeerd bespeelde en liet de beroemde familie sprakeloos achter. Ze stellen haar voor aan het folkmilieu waar ze een ster werd. Zij was het die op 8-jarige leeftijd "Freight Train" schreef, die generaties folkgitaristen speelden, maar nooit zoals zij. Haar aanwezigheid en stem zijn zo ontroerend dat dit niet in woorden kan worden gevat. En zelfs als Pete hier wat ruimte inneemt, is het moment magisch. Als je met droge ogen naar buiten komt, betekent dit dat je hart dat ook is.

09.06 > 18:00
June Carter & Johnny Cash Episode 39

Dernier épisode de la série, et dernier proposé ici. Assez dingue de les voir tous les trois chanter les chansons folks qu’ils aiment bien. Johnny Cash roule des épaules entre les chansons, June Carter envoie tout ce qu’elle peut. Pete est comme un poisson dans l’eau. La classe !

16.06 > 18:00
June Carter & Johnny Cash

Laatste aflevering van de serie, en de laatste die we vertonen. Geweldig om ze met z’n drieën de folksongs te zien zingen die ze leuk vinden. Johnny Cash rolt met zijn schouders tussen de nummers door, June Carter geeft alles wat ze heeft, en Pete is als een vis in het water. Grote klasse !

16.06 > 18:00
Folk in New Hollywood

Voici trois films de réalisateurs américains cultes, sensibles, et, comme on l’était à l’époque, nourris de thématiques sociales et politiques. Chacun met le folk en avant, de façon fort différente, mais cerne bien ce qu’il représentait dans les années 70 aux États-Unis. Du folk policé ou rugueux, des clichés et des tentatives de s’en dépêtrer. De la confusion et de la sincérité. Une Amérique qui essaie d’écrire son histoire, celle de son peuple racontée par des héros ou anti-héros, populaires et angoissés mais souriants.


Folk in New Hollywood

Hier zijn drie films van cultregisseurs, en zoals destijds het geval was gebaseerd op maatschappelijke en politieke thema’s. Elke film heeft het op zeer verschillende manieren over folk, maar ze hebben allemaal een duidelijk beeld van wat het in de jaren zeventig in de Verenigde Staten betekende. Gepolijste of rauwe folk, clichés en de pogingen om ze kwijt te raken. Verwarring en oprechtheid. Een Amerika dat zijn eigen verhaal probeert te schrijven, dat van zijn volk verteld door helden of antihelden, populair en angstig maar steeds met de glimlach.


Alice’s Restaurant

"You can get anything you want, at Alice’s Restaurant." chante-t-il sur un riff de guitare rappelant les "rags" (comme dans "ragtime") des bluesmen redevenus à la mode au milieu des années 60. Arlo Guthrie, fils de Woody, en a entendu des cracks du rag blues, avec d’épiques textes improvisés ou soigneusement écrits, narrant des événements dramatiques ou décalés. C’est cette forme ironique qu’utilise Arlo dans ce morceau de 18 minutes qui ouvre son premier album éponyme. Arthur Penn ("Little Big Man", "Bonnie and Clyde"), voulant filmer le mouvement hippie en plein boum, illustre cette chanson autobiographique amusante. Alice et Ray vivent dans une église désacralisée accueillant tous les copains hippies qui passent, et ouvrent un restaurant. Puis, une histoire d’ordures déposées au mauvais endroit pour Thanksgiving permettra à Arlo, par ricochet, d’éviter la draft pour le Vietnam. C’est confus et c’est normal, Arlo aime balader les gens. Scène culte : il est rejoint par le vrai Pete Seeger pour chanter un morceau de Woody Guthrie, à Woody Guthrie (joué par un acteur), sur son lit d’hôpital.

18.05 > 19:00 + 26.05 > 19:00
Alice’s restaurant

"You can get anything you want, at Alice’s restaurant," zingt hij op een gitaarriff die doet denken aan de "rags" (zoals in ’ragtime’) van de bluesmannen die in het midden van de jaren zestig weer in de mode kwamen. Arlo Guthrie, Woody’s zoon, heeft nogal wat rag blues iconen gehoord, met epische teksten, geïmproviseerd of zorgvuldig uitgeschreven, over dramatische of ongewone gebeurtenissen. Het is deze ironische vorm die Arlo gebruikt in het 18 minuten durende nummer dat zijn eerste gelijknamige album opent. Arthur Penn ("Little Big Man", "Bonnie and Clyde"), die de hippiebeweging in volle glorieperiode wil filmen, illustreert dit grappige autobiografische lied. Alice en Ray wonen in een ontheiligde kerk waar alle hippievrienden langskomen en een restaurant openen. Een verhaal van afval gedumpt op de verkeerde plaats voor Thanksgiving zal Arlo in staat stellen om de oproep voor Vietnam te vermijden. Verwarrend ? Dat is normaal. Arlo houdt graag mensen voor de gek. Cultscene : in het gezelschap van de echte Pete Seeger zingt hij een song van Woody Guthrie, voor Woody Guthrie (gespeeld door een acteur) op zijn ziekenhuisbed.

18.05 > 19:00 + 26.05 > 19:00
Bound for Glory

Alan Lomax suggéra à Woody Guthrie d’écrire des notes de contextualisation de ses chansons. Devant la vitesse à laquelle celui-ci s’exécuta et au vu de la qualité des textes, il lui souffla ensuite l’idée d’écrire une autobiographie. A 35 ans, Woody écrivait "Bound for Glory", joyau de la littérature américaine et exemple magnifique d’auto-fiction dont Hal Ashby, qui aimait à figurer la "contre culture" et présenter des idées progressistes, s’empara. Le plus hippie des réalisateurs du Nouvel Hollywood fut le monteur, entre autre, de "In the Heat of The Night" et réalisa "Harold et Maud". Il pensait à Tim Buckley pour incarner Woody à l’écran, il a en effet les cheveux bouclés et chante très bien, mais il est tout de même éloigné du côté bourru et gouailleur de Guthrie. Tim Buckley mourut d’une overdose avant le tournage, et c’est David Carradine ("Kung Fu", "Kill Bill") qui reprit le rôle. Il joue et chante vraiment dans le film. On s’éloigne sans doute beaucoup de la vie de Woody, déjà bien romancée dans le bouquin, mais la première utilisation de la steady cam au cinéma apporte au film une élégance et un flair seventies à la légende de Woody, qu’on est très heureux de vous montrer ici.

18.05 > 21:00 + 26.05 > 22:00
Bound for Glory

Alan Lomax stelde voor dat Woody Guthrie zijn liederen van context voorzag. Gezien de snelheid waarmee hij dat deed en de kwaliteit van de teksten, zette hij hem aan tot het schrijven van een autobiografie. Op 35-jarige leeftijd schreef Woody "Bound for Glory", een juweel van de Amerikaanse literatuur en een prachtig voorbeeld van autofictie dat Hal Ashby, die graag als "tegencultuur" werd afgebeeld en progressieve ideeën presenteerde, zich graag eigen maakte. De meest hippieachtige regisseur van New Hollywood was de monteur van onder meer "In the Heat of the night" en regisseerde "Harold and Maude". Hij dacht aan Tim Buckley als Woody op het scherm. Hij had inderdaad krulletjes en zong heel goed, maar stond ver van de grimmige en brutale kant van Guthrie. Tim Buckley stierf aan een overdosis voor de draaidagen en David Carradine ("Kung Fu", "Kill Bill") nam de rol over. Hij speelt en zingt echt in de film. We zijn waarschijnlijk ver verwijderd van Woody’s leven, dat al goed geromantiseerd was in het boek, maar het vroege gebruik van de steady cam verleent de film elegantie en een jaren zeventig flair aan de legende van Woody, die we hier graag tonen.

18.05 > 21:00 + 26.05 > 22:00
Southern Comfort

Après avoir écrit dans l’espace le script d’"Alien", réalisé un méchant film urbain new-yorkais ("The Warriors") et un western, Walter Hill se lance dans un succédané de "Deliverance", sans succès commercial. Les critiques y voient une métaphore de l’embourbement de la guerre du Vietnam, sans y adhérer. Keith Carradine (le frère de David, cf. "Bound for Glory"), et huit autres membres d’une patrouille militaire (dont Power Booth, Fred Ward, Peter Coyote) vont s’entraîner dans le bayou de Louisiane. Pour déconner, après leur avoir volé leur barque, ils tirent, à blanc, sur des cajuns redneckisants. Ceux-ci ne rient pas (faut dire que bon…), ripostent, et les poursuivent dans ce terrain qu’ils connaissent bien pour les tuer un par un. La réalisation et la photo sont superbes, le film bien mené, comme une série B de luxe. La musique non diégétique est assurée, comme souvent chez Hill, par Ry Cooder, dans un style americana fort plaisant. Film survival peuplé de rednecks (cf prog rednecks) très réussi, il propose une scène fabuleuse, où les derniers survivants, en civils, se retrouvent dans une fête Cajun où jouent Marc Savoy, Frank Savoy, John Stelly & Dewey Balfa !!

18.05 > 23:50 + 14.06 > 23:00
Southern Confort

Na het schrijven van het script voor "Alien", het regisseren van een snode New Yorkse stadsfilm ("The Warriors") en een western, maakt Walter Hill een surrogaat voor "Deliverance", zonder commercieel succes. Critici zien het als een metafoor voor de modderpoel van de Vietnamoorlog, zonder er positief over te zijn. Keith Carradine (de broer van David, zie "Bound for Glory"), en acht andere leden van een militaire patrouille (waaronder Power Booth, Fred Ward, Peter Coyote) gaan op training in Louisiana. Als wraak voor het stelen van hun boten beschieten ze een bende redneck Cajuns. Die kunnen daar niet mee lachen (wat dacht je). Ze achtervolgen hen in dit gebied dat ze als hun broekzak kennen om ze één voor één te doden.
De productie en de foto zijn prachtig, de film goed gemaakt, zoals een luxe B-serie. De muziek wordt, zoals vaak het geval is bij Hill, geleverd door Ry Cooder. Zeer geslaagde survivalfilm bevolkt door rednecks (zie ons rednecks-programma) met een fantastische scène, waar de laatste overlevenden in burgerkleding elkaar ontmoeten op een Cajun-feest waar Marc Savoy, Frank Savoy, John Stelly & Dewey Balfa spelen !

18.05 > 23:50 + 14.06 > 23:00
https://www.nova-cinema.org/spip.php?page=print&id_rubrique=2377&lang=fr