> Zolang er scheepsbouwers zingen

Zolang er scheepsbouwers zingen Tant que chanteront les constructeurs de navires

1995. Jan Vromman entend parler à la radio de l’occupation du chantier naval Boelwerf par ses ouvriers. Il décide de s’y rendre, à Tamise, à la fois intéressé par leur lutte et fasciné par l’image de la construction de bateaux hauts comme des immeubles. Il a conscience d’être présent à un moment clé et d’en devenir un témoin, mais réalise que c’est toute l’histoire de cette industrie qui doit être racontée pour comprendre la faillite qui s’annonce (et qui sera définitive en 1997). Un travail de mémoire s’impose, cette histoire n’est pas écrite, n’est pas filmée, n’est pas dans les musées. Il a tous les éléments à portée de main, les vieux ouvriers dont il a gagné la sympathie sont encore là pour raconter, les documents et archives sont accessibles en cette période d’attention médiatique. Il collecte un maximum d’informations, le projet prend de l’ampleur. Il achèvera cette saga retraçant un siècle et demi d’histoire industrielle, économique, politique et humaine en 1999. "Tant que chanterons..." devient modestement un portrait complet de cette industrie, ancré localement à Boelwerf, mais qui en dit long sur l’évolution mondiale des visions économiques et des rapports de classes.

La prouesse de ce film en trois parties tient dans sa construction très soignée qui le rend fluide et clair. L’approche est à la fois didactique et personnelle. On prend le temps de se plonger dans ce monde, de se familiariser avec ses rouages et ses acteurs. Si la structure générale est chronologique, Jan Vromman nous fait naviguer dans l’histoire avec un rapport constant au présent. Ses réflexions sur le travail, sur le capitalisme et le syndicalisme interrogent évidemment aussi l’avenir. Il jongle avec les archives, les interviews, les images contemporaines prises sur le vif, des moments musicaux, des récitations de textes et poèmes et fait part tout au long du film de ses considérations et de ses questionnements. Le film est aussi touchant que passionnant.

Nous passerons ce 1er mai en compagnie de Jan Vromman pour revenir sur ce film très peu montré et seulement récemment sous-titré en français.

"(...) Nous nous préoccupons d’une maison d’Horta, d’une vieille partition de musique, et nous nous battons pour la survie d’une coutume. Mais comment traitons-nous l’héritage industriel et social ? Notre monde a été fabriqué par des mains et par des outils, il est le résultat du travail. Justement, l’histoire de ce travail est rarement à l’ordre du jour. Les évolutions des mentalités et des techniques sont étroitement liées entre elles. (...)"

Jan Vromman

http://www.scheepsbouwerszingen.be
http://www.scheepsbouwerszingen.be

01.05 > 18:00
Champagne ! (1829-1969)

"1995 : l’entreprise est occupée, le glas sonne pour le chantier naval. Cette constatation chargée d’émotion contraste avec l’histoire de la croissance et de l’épanouissement de la société. Le tonnage des bateaux explose. Les embarcations en bois deviennent des navires-citernes à gaz ultra modernes. Le nombre de salariés augmente. Il finira par y en avoir plus de 3.000. Sur le chantier, les vaisseaux grandissent, de la quille au nid-de-pie, de la proue à la poupe."

01.05 > 18:00
Roes (1969-1986) Ivresse (1969-1986)

"Ce sont des années merveilleuses, un monde équitable où tout serait possible, d’autres rapports sociaux notamment… L’ouvrier conscientisé ne s’oppose pas seulement au patron pour défendre ses droits mais des tensions existent aussi avec les représentants officiels des syndicats. Mais le syndicalisme de combat devient un syndicalisme de concertation. En même temps, l’entreprise entre dans la tourmente."

01.05 > 21:00
Zware Kop (1986-1997) Gueule de bois (1986-1997)

"Débâcle, faillite, occupation d’entreprise, deuxième faillite, deuxième occupation, liquidation, les derniers navires… L’histoire de cette agonie fait surgir les problèmes de l’emploi et de l’avenir. Dans l’angoisse de perdre notre bien-être matériel, nous n’osons plus nous poser la question d’un travail qui aurait du sens."

01.05 > 22:30
Tant que chanteront les constructeurs de navires

1995. Jan Vromman hoort op de radio over de werknemersbezetting van scheepswerf van de Boelwerf. Hij besluit om naar Temse te gaan, zowel geïnteresseerd in hun strijd als gefascineerd door de afbeelding van schepen hoger dan huizen. Hij is er zich bewust van aanwezig te zijn op een cruciaal moment. Als bevoorrechte getuige realiseert hij zich maar al te goed dat de hele geschiedenis van deze industrie moet verteld worden om het dreigende en reeds lang aangekondigde faillissement te begrijpen (en dat definitief wordt in 1997). Om dit verhaal te vertellen moeten geheugens binnenstebuiten gekeerd worden want dit verhaal is niet geschreven, niet gefilmd, niet in de musea. Alle elementen zijn voorhanden, oudere werknemers wiens sympathie hij won kunnen nog steeds het verhaal vertellen, documenten en archieven zijn beschikbaar in deze tijd van media-aandacht. Hij verzamelt veel informatie, het project breidt uit. Hij voltooit de saga van anderhalve eeuw industriële, economische, politieke en menselijke geschiedenis in 1999. "Zolang er scheepsbouwers zingen" geeft bescheiden een compleet beeld van de lokaal verankerde Boelwerf maar spreekt boekdelen over de veranderende mondiale economische visies en klassenverhoudingen.

De verwezenlijking van deze film in drie delen maakt het tot een zeer duidelijk en glashelder verhaal. De aanpak is zowel educatief als persoonlijk. De regisseur, niet bang van een verhaal van lange adem, neemt de tijd om zich te verdiepen in deze wereld van de scheepsbouw. Hoewel de algemene structuur chronologisch is, navigeert Jan Vromman behendig in het verleden met een constante verwijzingen naar het heden. Zijn beschouwingen over werk, kapitalisme en het syndicalisme roepen natuurlijk ook vragen op bij de toekomst. Hij jongleert met archieven, interviews, hedendaagse beelden uit het leven gegrepen, muzikale momenten, citaten van teksten en gedichten, en vertrouwt ons zijn overpeinzingen toe.

We brengen deze 1 mei-avond door met Jan Vromman om stil te staan bij dit veel te weinig vertoonde magnus opus !

"(...) We bekommeren ons om een huis van Horta, om een oude muziekpartituur en ijveren voor het voortbestaan van een volksgebruik. Maar hoe springen we om met het industrieel en sociaal erfgoed ? Onze wereld is met handen en werktuigen gemaakt, is het resultaat van arbeid en precies het verhaal van die arbeid komt nauwelijks aan bod. Evoluties in mentaliteit en techniek zijn intiem met elkaar verbonden. (...)"

Jan Vromman

http://www.scheepsbouwerszingen.be
http://www.scheepsbouwerszingen.be

01.05 > 18:00
Champagne ! (1829-1969)

"1995 : bedrijfsbezetting, de doodsklokken luiden op de scheepswerf. Deze met emoties beladen constatering staat in contrast met het verhaal van groei en bloei van het bedrijf. De tonnenmaat van de schepen neemt toe. Houten bootjes worden gesofistikeerde gastankers. Het aantal werknemers, werfnummers stijgt. Meer dan 3000 worden het er. Op de scheepswerf groeien de schepen van kiel tot kraaiennest, van kop tot kont."

01.05 > 18:00
Roes (1969-1986) Ivresse (1969-1986)

"Het zijn wonderlijke jaren, een rechtvaardiger wereld zou mogelijk zijn, andere sociale verhoudingen… De klassenbewuste arbeider komt niet alleen tegenover de werkgever voor zijn rechten op, maar ook met de officiële vertegenwoordiging van de vakbonden zijn er spanningen. Strijdsyndicalisme wordt overlegsyndicalisme. Tegelijk komt het bedrijf in moeilijkheden."

01.05 > 21:00
Zware Kop (1986-1997) Gueule de bois (1986-1997)

"Bijna failliet, faling, bedrijfsbezetting, tweede faling, tweede bedrijfsbezetting, uitverkoop, de laatste schepen… Bij het relaas van dit stervensproces komen de vragen omtrent ’arbeid en toekomst’. Uit angst onze materiële welvaart te verliezen, durven we ons de vraag naar zinvolle arbeid niet meer stellen."

01.05 > 22:30
http://www.nova-cinema.org/spip.php?page=print&id_rubrique=1518&lang=fr