Six portraits XL

In de lijn van zijn “24 portraits” die gemaakt werden tussen 1987 en 1991, van “René” en “Vies”, volgen deze laatste zes “Portraits XL” goede vrienden en kennissen in hun vertrouwde omgeving: waar ze thuis zijn, in hun leven, het huis van hun kinderjaren, hun appartement of werkplek. De films dragen de voornaam van de geportretteerde. De camera registreert hun wedervaren over enkele jaren of uren, in het dagelijkse, met ontboezemingen en blikken. Cavalier probeert zich nooit aan zijn film te onttrekken, integendeel, bij hem zijn aanwezigheid en camera versmolten met elkaar, of hij nu op iets antwoordt of fluisterend commentaar geeft op wat er gebeurt, of hij zichzelf filmt of verdwijnt achter zijn onderwerp. Hij is lijfelijk aanwezig in wat hij filmt, zijn lichaam botst met het andere lichaam dat zich overlevert. We belanden middenin de directe intimiteit die ontstaat tussen filmer en gefilmde. Heel delicaat ontplooit de ander zich. Maar een portret is altijd meer dan zijn onderwerp: het behelst een relatie en is an sich een zelfportret. De zes portretten geven een overzicht van de versplintering van de filmmaker: archivaris, portrettist, vakman, artiest, chemicus... De cineast is van alles een beetje.