prog: 2334
squelettes/rubrique-3.html

Shōhei Imamura

Het zijn barre tijden. En aangezien de Franse distributeur Mary-X enkele films van Shohei Imamura opnieuw uitbrengt in een gerestaureerde versie, kan het eens deugd doen om kopje onder te gaan in het werk van deze eigenwijze en tegendraadse bruut. Tussen 1963 en 1968 ontwikkelt hij zijn filmische stempel in drie fictiefilms, die geleidelijk aan de sociale kroniek schetsen van een heidense maatschappij die ten prooi valt aan de kille en ontmenselijkte moderniteit. Imamura staat zonder uitzondering aan de kant van de kleine man, de laagste klasse, de outcast. Hij ontleedt genadeloos het naoorlogse Japan, met zijn geforceerde modernisering, opkomst van het proletariaat en algemene corruptie. Dat onderzoek neemt vaak gekke, soms burleske proporties aan, zonder morele stellingname en overgoten met vleselijke geneugten en menselijke driften. Hoewel hij uit de bourgeoisie stamt en geschoold is als historicus, noemt hij zichzelf boer en komt hij in opstand tegen het patronaat. Eerst en vooral tegen Ozu, van wie hij de assistent geweest was en die hij verweet zijn acteurs als ’groenten’ te filmen. Een boer, ziet u wel. Bij hem zijn de ’groenten’ net heel levendig, evenals de dieren en de mens, die, geen haar beter, ook niets anders doet dan wroeten en janken. Zijn methode was om lang op onderzoek uit te trekken om zijn documentaires of fictiefilms uit te werken als meedogenloze tableaus van de Japanse maatschappij. Dat leverde hem de reputatie van ’entomoloog’ van de Japanse Nouvelle Vague op. Verwacht daarbij echter geen naturalistische cinema, verre daarvan! Van ruwe documentaire tot bedacht classicisme over een haast subliem lyrisme, elke film is een treffen van verschillende vormen en registers om tot komen tot een radicale oprechtheid die van het leven, in al zijn smerigheid en wonderbaarlijkheid, de essentie van de mens maakt wat te verkiezen valt boven een evoluerende maatschappij. Het boerenleven, kortom...



The Insect Woman

にっぽん昆虫記 / Nippon konchūki

Shōhei Imamura, 1963, JP, 35mm > video, ov fr ond,, 123'

Na “Pigs and Battleships”, een heftige satire gericht tegen de Amerikaanse bezetting, werd Imamura twee jaar aan de deur gezet door zijn productiehuis Nikkatsu. Veel maakte dat echter niet uit. Hij trok weer op onderzoek in de wereld van de boeren en leverde drie jaar later “De Insectenvrouw” uit, of “Entomologisch verslag van Japan”. Het werd een eigenzinnige studie aan de hand van lange interviews en nauwkeurige notities.
“De Insectenvrouw” volgt de levenswandel van een eenvoudige boerin, vanaf de ambigue relatie met haar vader tot haar leven in de stad en prostitutie. Zoals insecten geleid worden door hun instinct voor overleven en zelfbehoud, leidt Tome ook haar leven, zonder pardon. Ze werkt zich op doorheen de enige hiërarchie die voorhanden is: misbruikte meid, uitgebuite arbeidster, dienstmeisje, prostituee, bordeelhoudster. Tomes leven ontrolt zich tegen de achtergrond van een Japan in volle modernisering, aan de hand van sleutelmomenten die voorbijgaan aan het ritme van het dagdagelijkse. Het is een kroniek die wordt voortgestuwd door haar overwinningen en haar tegenslagen, tussen morele ellende, momenten van autoriteit en onophoudelijke uitbuiting van mensen door. “De Insectenvrouw” verbloemt niets met zijn venijnige zwart-wit, spaart niets of niemand en gunt zichzelf geen enkel respijt. Deze alledaagse lijdensweg leidt uiteindelijk tot het portret van een vrouw die door niks wordt onderuitgehaald, en blijft daardoor ver weg van de toentertijd gangbare Japanse melodrama’s die de morele kaart trokken. Bij Imamura is er immers geen sprake van schaamte. Er is enkel milieu, omstandigheden en lijven die zich erdoorheen beulen. Brutaal, gitzwart, koppig.

20.01 > 18:30 + 26.01 > 21:00 + 17.02 > 21:00
6€ / 4€


The Pornographers

エロ事師たちより 人類学入門 - Erogotoshitachi yori Jinruigaku nyumon

Shōhei Imamura, 1966, JP, 35mm > video, ov fr ond,, 128'

Wanneer zijn toenmalig productiehuis Imamura verplicht een aantal “pinku eiga” (erotische films met een klein budget) te draaien, een genre dat hij volgens sommigen zelf uitvond via de duistere erotiek van zijn “Insect Woman” en dat daarna bijzonder populair werd, slaat hij terug met “The Pornographers”, gemaakt via het productiehuis dat hij zelf oprichtte. De oorspronkelijke titel, “Introductie tot de Antropologie via de Pornografen”, dekt het opzet van de film: een klinische ontleding van een milieu waar het geld en de driften alle relaties sturen. Meneer Ogata verkoopt zijn films en andere erotische gadgets aan zijn rijk cliënteel, oplichterij en huichelarij zwaaien de plak. Maar het zijn moeilijke tijden, de maffia bemoeit zich er mee en het regent catastrofes. Hij wordt geïntimideerd, vernederd, in elkaar geslagen dat hij alle kanten uit stuitert, zoals een flipperbal. Wat volgt breekt alle taboes, drijft iedereen tot waanzin, benadert de hysterische kreten van een met de tang aangepakt varken. De film stuitert ook stilistisch alle kanten uit: zowel vorm als verhaal sterk verknipt, met ellipsen, stilstaande beelden, surrealistische scenes, flashbacks die uit het niets komen, eindeloos veel wendingen, … “The Pornographers” slalomt in een rotvaart tussen pikzwarte humor, burlesk en weerzinwekkende details die koude rillingen over je rug doen lopen, en schildert het portret van een maatschappij waar niets of niemand aan de corruptie kan ontsnappen. Dat wordt nog benadrukt door de vele shot van ramen, deuren, tralies die het zicht belemmeren. Bam! De bal wordt teruggekaatst: vraag en aanbod, wat ook Meneer Ogata predikt. Maar Ogata pakt zijn koffers en vlucht weg. Hij verkiest zijn absolute droom boven het gezelschap van mensen. En wij, als toeschouwers?

27.01 > 21:00 + 02.02 > 21:00 + 02.03 > 21:00
6€ / 4€


Profound Desire of the Gods

神々の深き欲望 - Kamigami no fukaki yokubō

Shōhei Imamura, 1968, JP, DCP, ov fr ond,, 172'

Begeerte: het sleutelwoord van de filmkunst van Imamura dat in tal van zijn filmtitels en in zijn hele oeuvre opduikt. Maar deze “Profound Desires of the Gods” is misschien wel zijn meest ambitieuze werk, een soort film-manifest tussen etnografische kroniek, burleske farce en antieke tragedie. Een ingenieur uit het verre Tokio komt aan op een klein eiland in het zuiden van Japan om er een fabriek en vervolgens een luchthaven te bouwen, om zo het toerisme op gang te brengen. Het eiland is afgelegen, de eilandbewoners primitief, er zijn tal van ge- en verboden, rituelen, heidense goden. Maar net zoals zijn voorgangers zal ook hij zijn tanden stukbijten op de bomen, de vrouwen en het levensgeluk: hij verliest het noorden en zijn verstand. En terwijl corruptie woekert bij de projecten op het eiland en de allianties zich vormen en weer ontbinden, zijn zij die weerstand bieden omdat “men niet verkoopt wat toebehoort aan de Goden” ook zij die door de gemeenschap gebannen worden omdat zij het ondenkbare begaan hebben. Via een tragische wending blijken de bannelingen de zielen die het dichtst bij de goden staan, geofferd op het altaar van de artificiële begeertes. Met dit grootse fresco van een wereld die zich openstelt voor de moderniteit, schetst “Profound Desire of the Gods” de confrontatie tussen een stedelijke beschaving met haar goden van het geld, de rentabiliteit, moderniteit en de heidense wereld met haar relatie tot het dierlijke en sobere leven, haar diepgewortelde geloven, haar dorst naar het absolute. In deze parabel verpletterd door de nacht en zon schept Imamura de lyrische rijkdom die door al zijn latere film zou lopen.

24.01 > 20:00 + 07.02 > 20:00 + 24.02 > 19:00
6€ / 4€


squelettes/rubrique-3.html
lang: nl
id_rubrique: 2337
prog: 2334
pos: aval