In een advies dat werd gevolgd door Alda Greoli, de Minister van Cultuur van de Franse Gemeenschap, uit de Commissie voor audiovisuele initiatieven twijfels over "het culturele belang [van Cinema Nova] voor de Franse Gemeenschap". Gevolg: een daling van de jaarsubsidies met 20.000 € (70.000 € in plaats van 90.000 €) in een kaderprogramma dat nog liep tot 2020 maar vroegtijdig afgebroken werd.
Het leidt ons te ver om hier uit te leggen hoe deze commissie werkt en is samengesteld, waarom de minister alle adviezen volgt (behalve dat ene, negatieve, advies over Cinema Palace dat Gréoli heeft opgevist), hoe ze er toe kwam om het festival Filmer à Tout Prix regelrecht op te doeken, om negatieve maatregelen te nemen voor de meeste productie-ateliers, of om "bezwaren te uiten tegen de beperkte mogelijkheid van valorisatie en verspreiding van de Franstalige Belgische film in het kader van zo’n ongewoon project" als Nova. Op dit moment bespreekt Nova met het kabinet van de minister om dit bedrag in een andere vorm terug te krijgen. Maar één ding is zeker: het culturele belang van dergelijke projecten kan niet alleen worden berekend aan de hand van het aantal voorstellingen, zalen of geproduceerde films. Deze boekhoudkundige en mainstream visie op cultuur, besmet door het "glamour en glitter" virus, verspreidt zich naar alle sectoren (in de podiumkunsten: Contredanse, theater Océan Nord, Magic Land...) en past wat Brussel betreft in een context waarin verschillende belangrijke culturele plekken in de zogenaamde "underground"-scène (Recyclart, Magasin 4, Barlok, Ateliers Mommen...) met sluiting worden bedreigd. We zullen binnenkort terugkomen op de situatie van Nova, maar ook breder op inhoudelijke kwesties die ermee samenhangen. Voorlopig houden we het op de publicatie van twee van de vele steunbetuigingen die we mochten ontvangen.