prog: 2088
squelettes/rubrique-3.html

Hard To Be a God

Het filmoeuvre van Alexei Lourievitch Guerman, een even belangrijk als miskend regisseur in de Sovjet-Russische cinema, begint in 1967, en telt slechts zes langspeelfilms. Ondanks tegenwerking van de Sovjet-autoriteiten kent hij productieve debuutjaren (tot in 1976 brengt hij met een zekere regelmaat films uit), maar dan zwakt het tempo af. Dit maakt dat Nova slechts twee maal de gelegenheid had om zijn films uit te brengen. Na "Khrustalyov, My Car!", winnaar van de Age d’Or-prijs van het Filmmuseum in 1999 en eerste “echte” release van Nova in datzelfde jaar, is het nu aan de beurt aan "Hard to be a God", een film die ons naar de wrede middeleeuwen katapulteert.
Toen “My Friend Ivan Lapshin” in 1984 bovenaan de lijst van tien beste Sovjetfilms eindigde na selectie door een panel van filmcritici naar aanleiding van het 70-jarige bestaan van de USSR, bevestigde dit eindelijk het belang van Guermans werk. Na zijn opleiding als theaterregisseur in Sint-Petersburg, zette hij zijn eerste stappen in de cinemawereld bij Lenfilm, de oudste Sovjet-studio die een bolwerk van aanhangers van auteursfilm werd. Sinds "The Seventh Companion" had hij keer op keer te kampen met het censuur. Het is namelijk zo dat Guerman en Svetlana Karmalita, zijn vrouw, naaste medewerkster en co-scenariste, er plezier in schepten om de ontstaansmythen van een destijds nog steeds florissant Sovjet-Unie onderuit te halen.
Vanaf zijn eerste film, die het erfgoed van de revolutie van 1917 bekritiseerde, over "Trial on the Road" tot "Khrustalyov, my Car!" ontmantelde Guerman de manipulatie en het machtsmisbruik onder het Stalinisme. Niet minder dan drie van zijn films, de helft van zijn filmografie, stonden op de index. Ingenieus en strijdlustig, slaagde Guerman erin om bobijnen te ontvreemden en ze in het geheim aan zijn vertrouwelingen te tonen. Indien nodig, zoals het geval was voor "My Friend Ivan Lapshin”, omzeilde hij de gevestigde censuurcodes. Zo toonde hij aan de ambtenaren nette productievoorstellen, met mooie rode trams die trots door een ruime Russische stad rijden. Uiteindelijk maakte hij er een zwart-wit film van, verre van wat er over in het dossier geschreven stond... en voegde hij er slechts twee scènes in kleur aan toe, om alsnog aan de vereisten van een “kleurenlangspeelfilm” te voldoen. Een verdienstelijke poging, die helaas door de censuur begraven werd, tot de Perestrojka.
Na een poosje op inactief gestaan te hebben, werkte Guerman mee aan een Franse co-productie. Zo brengt hij in 1998, 14 jaar na zijn laatste film, "Khrustalyov, My Car!" uit met een duidelijk doel voor ogen: naar het voorbeeld van de eerste Sovjet-auteurs de filmkunst hervormen. Perestrojka betekende ook het begin van internationale erkenning met uitnodigingen voor prestigieuze festivals. Zijn nieuwe status verzekerde hem van de nodige financiële middelen en geloofwaardigheid om aan zijn grootste werk te beginnen waar hij zich indirect al sinds 1964 mee bezig hield: de verfilming van de roman “Hard To Be a God” van de gebroeders Strugatsky.



De broers Arkady en Boris Strugatsky, geboren kort voor de Tweede Wereldoorlog, worden gedreven door dezelfde passie als Alexei Guerman. Ze worden algemeen beschouwd als de meesters van de SF-literatuur in de Sovjet-Unie. Hoewel weinig van hun werken in Nederlandse vertaling bestaan, is hun oeuvre onrechtstreeks toch gekend door elke cinefiel. Hun bekendste roman "Roadside Pic Nic" leverde de inspiratie voor Andrei Tarkovsky’s "Stalker". De Strugatsky’s, onder invloed van de sociale en sociologische bekommernissen en idealen van hun tijd, creëerden een eigen universum, Noon, dat in de tweeëntwintigste eeuw van de planeet Aarde gesitueerd is. In dit universum ontplooit de nieuwe mens zich in een ideale communistische meritocratie geleid door technocraten en filosofen, waar iedereen de job van zijn dromen heeft. De andere planeten in het universum zijn allemaal minder vergevorderde samenlevingsmodellen waarin we vaagweg een bureaucratische en brutale Sovjet-Unie herkennen die duizenden mijlen van het communistische ideaal afstaat. Het gebruik van een universum waarin het communisme getriomfeerd heeft en het ideaal is, liet de broers Strugatsky mooi toe de censuur te omzeilen. "Hard To Be a God" uit 1964 is een van de romans uit de Noon-reeks, en is een goed voorbeeld van de nauwelijks verhulde kritische traditie waar de auteurs deel van uitmaken. Zo is het hoofdpersonage Don Reba, een autoritaire fascistische geweldenaar, een nauwelijks verhuld anagram van Lavrentiy Beria, het gevreesde hoofd van Stalins inlichtingendienst die toen net overleden was.



Zijn eerste project werd uiteindelijk zijn allerlaatste film. De weg van de roman van de broers Boris en Arkady Strugatsky naar de bobijnen van Alexei Guerman was al even bochtig als de film zelf. Toen het boek in 1964 verscheen, droomde Guerman al van een verfilming... Omdat de drie betrokkenen allen in het toenmalige Leningrad woonden, was contact snel gelegd, en ze dienden een aanvraag in bij het Sovjet-filmcomité. Die aanvraag werd verworpen.
In de jaren 80 werkten de Strugatsky’s mee aan een Duits-Russische coproductie met als vereiste een Sovjet-regisseur op de set, wat niet gerespecteerd werd. Zo kwam het dat in 1989 de Duitser Peter Fleischmann de eerste verfilming inblikte die – hoe kan het ook anders – op z’n minst eigenaardig te noemen is en uitgespuugd werd door de broers en Guerman zelf. In 1991 overleed Arkady Strugatsky. In 2000 vond Guerman de middelen om zijn middeleeuwse fresco te realiseren. Het draaien van de film zou zeven jaren duren, zeven zware jaren op zoek naar de ultieme perfectie, gevolgd door zes jaren van postproductie. In 2012 sterft Boris, en een jaar later Guerman. De film werd uiteindelijk afgewerkt door zijn vrouw en naaste medewerkster Svetlana Karmelita, en hun zoon, Alexei Guerman Junior.



Alexei Yurievich Guerman, 2013, RU, DCP, ov fr & eng ond,, 170'

Ergens in de toekomst begeeft een team wetenschappers zich naar Arkanar, hoofdstad van een kleine planeet dichtbij de Aarde. Ze belanden er in een smeerboel die veel van de Middeleeuwen wegheeft en verlichting ontbeert – de enige universiteit werd er met de grond gelijk gemaakt. Don Rumata doorwaadt Arkanar als een soort halfgod, een ideale dekmantel om naar de illustere dokter Budakh op zoek te gaan die in de handen van de waanzinnige tiran Don Reba is gevallen. Budakh zou wel eens de laatste geleerde kunnen zijn van een koninkrijk waar de koppen van de intelligentsia rollen als op het ritme van de regen.
In “Hard to Be a God” smijt Alexei Guerman ons in de lauwe zwart-wit kleuren van een vuil, vochtig en stinkend universum. De reis is er één van drie uur, recht naar het land van dwazen waar mens en dier zich op hun meest primaire instincten moeten beroepen om aan de ledigheid te ontsnappen. Ratio is er niet in het open riool van Arkanar.
In overeenstemming met de deontologische code van de wetenschappen mag Don Rumata niet ingrijpen, en mag hij doden noch gedood worden. Enkel in het afhakken van oren zien we zijn krijgerspotentieel. In Arkanar redt men zich door zelfgekozen isolement.
Guerman orkestreerde zijn film met virtuoze lange plansequenties, en de vaak hallucinante decors werden met een steadycam gevat. Guermans camera is er één die stoutmoedig exploreert en zich bijtijds haast lukraak in de compositie werpt. De personages dwalen af of observeren ons. Figuranten zijn er niet in “Hard to Be a God”, maar wel talloze secundaire personages die haast allemaal door niet-professionele acteurs worden neergezet en van wie sommigen werden gerekruteerd uit psychiatrische instellingen. De draaidagen in Arkanar kwamen hen misschien niet al te bevreemdend over.
Dat dit zonderlinge werk werd gemaakt door een grootmeester in de fantastisch-folkloristische traditie mag niet verbazen. Guermans benadering put uit Rabelais, Bosch en Chaucer, en doet denken aan Tarkovsky, Gilliam en de Monty Pythons. Van de naïeve goedgelovigheid van de post-Tolkieniaanse aanpak lijkt hij lichtjaren verwijderd. Zijn stijl is rauw en radicaal, zijn film een antwoord op de pure idiotie van de mens die hij maar al te graag door de modder van zijn gestileerde Middeleeuwen sleurt.
Een off-stem geeft enkele zeldzame aanwijzingen. Achtergrondmuziek is er al helemaal niet te horen in deze helletocht. Enkel de subversieve atonale klanken die Rumata voortbrengt op vreemde futuristisch-middeleeuwse blaasinstrumenten laten de deuntjes weerklinken die de lokale bewoners op hun snaarinstrumenten te berde brengen. Hun volkskunst is de enige zwakke bron van warmte in een universum dat doordrenkt is van de zompige herfstregen.
De finale versie van de film kwam er na een zweetproces van dertien jaar. Na Guermans dood in 2013 maakten vrouw en zoon het titanenwerk af. De pers stond versteld toen “Hard to Be a God” uitkwam. Het lijkt wel of het kader waarin filmcritici opereren tot op de dag van vandaag ontoereikend is om een onvergelijkbare en niet te klasseren film eer aan te doen.

04.04 > 20:00 + 05.04 > 20:00 + 09.04 > 20:00 + 11.04 > 20:00 + 12.04 > 18:00 + 18.04 > 20:00 + 19.04 > 18:00 + 26.04 > 20:00 + 01.05 > 20:00 + 03.05 > 20:00 + 10.05 > 20:00 + 17.05 > 20:00
5€ / 3,5€


Antoine Cattin, 2012, RU-CH, ru ov fr ond,, 67'

Hij kankert, moppert, brult en stampvoet. Hij, dat is de geniale cineast die door een duivels perfectionisme wordt gedreven. Elk stukje decor, elke norse smoel, elk baardhaartje in het kader, moet de keurende blik van Alexei Yurievich Guerman ondergaan. Als zijn vrouw Svetlana bijspringt, zet hij haar droogweg op haar plaats wanneer ze haar boekje te buiten durft te gaan. Zijn brio laat zelfs Leonid Yarmolnik niet onverschillig, steracteur die Don Rumata incarneert in deze Russische grond, en die op zijn beurt ook een grote bek durft opzetten in dit arsenaal van emotionele reacties. Ondertussen, op de achtergrond in het kader, wachten militairen geduldig op aanwijzingen om hun talenten als figuranten te kunnen botvieren.
Gefilmd tijdens een draaiperiode van "Hard To Be a God" door het Zwitsers-Russische regisseursduo Antoine Cattin & Pavel Kostomarov, toont dit portret van Alexei Guerman de keerzijde van het decor van een film waarvan niemand dacht dat die ooit afgewerkt zou raken. “Playback” vormt het ideale voorproefje voor wie vroegtijdige plotonthullingen niet vreest, of een fascinerend achterafje voor wie op zoek is naar bijkomende elementen om het mysterie "Hard To Be a God" te ontrafelen. Zelfs al breken de introspectieve bespiegelingen van de regisseurs ietwat het ritme van de film, toch genieten we van de blik van buitenaf op de filmset, op de manuele productie van hopen modder en nog eens modder, en de onophoudelijke stemverheffingen die de set animeren.
Behalve een scheppende Guerman, laat "Playback" ons een glimp opvangen van de man en zijn buiten-cinematografische intuïtie. Kortom, een uitstekende aanzet tot kennismaking met de regisseur en zijn allerlaatste film.

05.04 > 18:00 + 19.04 > 21:00
5€ / 3,5€


Peter Fleischmann, 1989, DE-RU-FR, 35mm, de ov fr ond,, 119'

De eerste verfilming van "Hard To Be a God", een Frans-Duits-Sovjetrussische co-productie, was een lang en moeizaam proces dat uiteindelijk eind jaren tachtig iedereen op zijn honger liet zitten. De film lijkt een mengeling van sciencefiction en Heroic Fantasy die door een Guermaanse molen is gehaald. Vreemd, zeer vreemd.
De complexe verhaallijn wordt verwarrend uitvergroot en er wordt gegoocheld met genres: de aardbewoners staan in contact met Don Rumata en bevinden zich in een ruimteschip in een baan rond de planeet! De bekende scenarist Jean-Claude Carrière schreef mee, Peter Fleischmann regisseerde, stripauteur Jean-Claude Mézières ("Ravian") ontwierp de (blijkbaar zeer spaarzaam gebruikte) decors en het resultaat is een duidelijke poging om Blockbusters, B-reeksen uit de 80’s en de Russische cinema van die tijd (stijl "Kin-dza-dza", enkele jaren geleden nog getoond in Nova) te verzoenen met een beperkt budget. Met de film van Guerman heeft dit allemaal weinig te maken!
De aandachtige kijker zal het originele narratief van de gebroeders Strugatsky, zij het in een getransformeerde versie, nog min of meer herkennen. De film bevat enkele mooie verrassingen en is in elk geval zeer intrigerend: een vintage 1980er jaren sfeertje, futuristische folk (zoals in de versie van Guerman) en een cameo van Werner Herzog maken deze film tot een behoorlijk vreemde ufo in de bijt! En om de cirkel rond te maken: het was een tijdje bon ton om het tegenvallende succes van deze film te vergelijken met de geflopte films van Terry Gilliam.

12.04 > 21:00 + 26.04 > 18:00 + 17.05 > 18:00
5€ / 3,5€


Het modderige en duistere beeld van de middeleeuwen dat Guerman oproept doet onmiskenbaar denken aan Terry Gilliam en Monty Python. Hun gitzwarte humor, hun compromisloze visie op een miserabel, krachteloos volk met onbekwame koningen, angstige leiders en oneerlijke clerus... evenzoveel elementen die geïnspireerd zijn op litteratuur en op observatie van de ontgoochelende realiteit.
Of het nu gaat om de Strugatsky’s, Lewis Caroll, Laurence Sterne, Chaucer, Rabelais of Cervantes, volgens hen is de kunst van de roman een ontsnappingsmiddel waarmee men dankzij de verbeelding met beide voeten op de grond staat én met het aangezicht in de modder, ten prooi aan de voortschrijdende domheid.



Terry Gilliam & Terry Jones, 1975, GB, 35mm, ov fr & nl ond,, 91'

Als resultaat van een collectief schrijfproces rond de Arthurlegende, is “Monty Python and the Holy Grail” één van de meest befaamde cultkomedies aller tijden! De vuile, waanzinnige en duistere Middeleeuwen die je in de film aantreft, verraden de vingerafdrukken van de vader van de Engelse literatuur Geoffrey Chaucer, maar lopen eveneens over van de gags, mooie meiden, liedjes en, vooral, overmaat en absurditeit. Hoewel de afzonderlijke delen vaak sterker uit de verf komen dan het geheel, blijft de film een bijzonder geslaagd, excentriek en hilarisch cinematografisch werkje. De productieomstandigheden van de film waren al even episch als het scenario, en het relaas betekende de overgang naar de regisseursstoel voor zowel Terry Jones (zelf een Chaucer-specialist) als Terry Gilliam. Net als bij Guerman komen de dood en veel modder er aan te pas, zeker in de bekende scènes van de lijkenronselaars of van de "mud eaters", waarin extreem arme boeren die modder eten om niet van honger om te komen, de klassenstrijd en het zelfbestuur haarfijn uitleggen aan Koning Arthur. Naar het schijnt zouden de omstandigheden tijdens het draaien van de film het geduld van Michael Palin serieus op de proef gesteld hebben, wat hem dan weer niet heeft belet om een aantal jaren later de hoofdrol te vertolken in "Jabberwocky".

25.04 > 20:00 + 10.05 > 18:00
5€ / 3,5€


Terry Gilliam, 1977, GB, video, ov fr ond,, 105'

Een luttele twee jaar na “The Holy Grail”, en ditmaal in z’n eentje, maakte Terry Gilliam zich geleidelijk los van de rest van Monthy Python, zonder daarbij de sterke link met het universum van zijn kompanen te verloochenen. Michael Palin duikt op in de hoofdrol, en ook de geest en sommige gags van het gezelschap vinden we weer terug. En toch, de humor mag dan wel intact gebleven zijn, de contouren van een dromerige en verontrustende wereld – zó typerend ondertussen voor het oeuvre van Gilliam – tekenen zich hier al geleidelijk af. Gelijkenissen met “Hard to be a God” op overschot: ook hier een modderige stad, een kasteel op instorten, ranzige kostuums, verachtelijke en ondermaatse machthebbers, handelaars, gildes die zich als lobbygroepen fungeren, uitwerpselen, rottigheid, urine, bloed, debielen, onwaarschijnlijke karakterkoppen, een sekte (hier masochistisch), vreemde machines, muziek van een andere planeet, en een hoofdpersonage door wie zijn ogen we dit alles verkennen. Literaire referenties zijn nooit veraf, bewijst ook de Jabberwocky zelf: die stapt regelrecht uit een absurd gedicht van Lewis Caroll, voorgedragen door Ted Milton van Blurt, als marionettenspeler! Gilliams episch gebruik van de muziek van de grote Russische componist Modest Moessorgski die beelden van een middeleeuws Kiev weet op te roepen, spant de kroon.

25.04 > 22:00
3,5€ / 2,5€


squelettes/rubrique-3.html
lang: nl
id_rubrique: 2089
prog: 2088
pos: aval