Tijdens een reportage over communautaire confrontaties in het zuiden van Algerije bevindt de journalist Ibn Battuta zich in het spoor van de vergeten Zendj-opstand tegen het Abbasidenkalifaat in het Irak van de achtste en negende eeuw. Aanvang negende eeuw brokkelt het Abbasidenimperium af onder het gewicht van corruptie, sociaal onrecht en religieuze spanningen. Deze slaven, oorspronkelijk afkomstig uit zwart Afrika, scharen zich achter de Perzische leider Ali ibn Mohammed en brengen zo het prestigieuze Arabisch-Perzische Rijk van Bagdad in gevaar.
"De film had eigenlijk Ibn Battuta moeten heten, naar het hoofdpersonage, deze journalist, een beetje een dichter, een beetje afwezig, hij die elders op zoek gaat naar een bestaan – het zijne, in dit geval. Het is ook een mooie man, een mooi personage. Teguia houdt van hem. Dat zie je" (Samir Ardjoum).
Drie jaar opnames voor een film die ontstond voordat de regimes in Tunesië, Egypte en Jemen omver werden geworpen, en voor de oorlog in Syrië. "Daarin ligt de paradox. We begonnen iets [...] terwijl het in Beiroet voor onze ogen vorm begon aan te nemen. De film die de mogelijkheid onderzocht van het afwijzen van onderdrukking [...] werd ingehaald door wat er op het achterplan gebeurde" (Tariq Teguia).
Gevolgd door een ontmoeting tussen Tariq Teguia en Alain Brossat.