Sinds enkele jaren zijn de Filippijnen weer op de kaart van de wereldcinema geplaatst, niet in het minst door de internationale erkenning van regisseurs als Brillante Mendoza. Vanaf de jaren 60 tot de jaren 80 waren de Filippijnen echter meer bekend als het achtergronddecor van Westerse producties zoals Francis Ford Coppola’s "Apocalypse Now" en goedkope exploitation en drive-in films, genre "The Big Doll House".
Hoewel de lokale filmproductie voor het grootste deel onverkend terrein bleef voor buitenstaanders, floreerde er wel degelijk een heel energieke maar very low budget filmindustrie. Bloederige westerns, exuberante actiefilms, horror en sentimentele melodrama’s: pure pulp, gedraaid in het plaatselijke Tagalog dialect, vierde hoogtij. Toch waren deze rolprenten meer dan pure exploitatie; het waren authentieke en populistische films die zich richtten op de hoop en frustraties van de lagere sociale klassen. Deze specifieke mix tussen entertainment en sociaal-politieke bewustwording is tot op heden het leidmotief gebleven in de Filippijnse cinema.
Vanaf de jaren 70 ziet men een aantal aankomende regisseurs zoals Lino Brocka die buiten de lijntjes van de genrecinema kleurden en stappen zetten in de richting van een sociaal realisme. Opvallend is dat deze renaissance gelijktijdig verliep met het installeren van een brutale dictatuur door president Ferdinand Marcos die in 1972 tijdens zijn tweede termijn de staat van beleg afkondigde. Er ontstond een ongemakkelijke alliantie tussen het regime en de jonge generatie filmmakers met als grootste uitwassen filmcensuur, beroepsverbod tot zelfs gevangenname toe.
Ook na de val van het Marcosregime in 1986, bleef filmmaken een hachelijke onderneming. Tot op vandaag blijven cinema en maatschappij immers compleet verstrengeld in een land waar zelfs het maken van de populaire "bombas" (de zogenaamde goedkope lokale erotische films) een virtuele politieke kruistocht wordt, aangevallen door de alomtegenwoordige katholieke kerk, de staat, en de altijd stringente filmcensuur. In de tegendraadse figuur van Brillante Mendoza lijken al deze spanningvelden zich te verenigen. Begonnen als medewerker aan melodrama’s, doorgebroken met wat eigenlijk een pornoprent voor de homomarkt had moeten zijn ("The Masseur" uit 2005), omstreden in eigen land omwille van het aankaarten van heikele maatschappelijke thema’s (adoptie, religie, criminaliteit en prostitutie) in films als Fosterchild of Serbis, en bekroond als beste regisseur op het laatste filmfestival van Cannes. Van hem tonen we in avant-première zijn twee nieuwste films: "Kinatay" en "Lola".
In samenwerking met het Open Doek Film Festival en vzw Marcel.