"Als je je te lang met hen inlaat, dan kan je ervan op aan een schop onder je achterste te krijgen" (F.D). Fernand Deligny dat is een lijn, lijnen, die opmerkelijke "lignes d’erres" (transcripties van de verplaatsingen en de handelingen van spraakgestoorde kinderen) die Gilles Deleuze en Felix Guattari deden dromen. Het is ook in 1945, zijn boek "Lastige zaadkorrels. Raadgevingen aan opvoeders die er iets mee zouden willen doen" ("Graine de crapule. Conseils aux éducateurs qui voudraient la cultiver").
In 1969 installeert hij zich definitief in een klein huisje in de Franse Cevennen en creëert daar een netwerk van "nabije aanwezigheden" ("présences proches"). Er was eens een WIJ en het is net daar dat die film-blocnote-aantekeningen ons brengt. Daar, VER. Ver van die "plaatsen voorzien voor", "expressplaatsen", "plaatsen helemaal gemaakt om". VER van de onderdrukkende "wet van de taal". Middenin de Cevennen, middenin een "poging": lijnen trekken "teneinde te zien wat ons niet aangaat"; "teneinde dat te zien wat onzetalige blinde vlek zo moeilijk kan zien". Deze film-neemt-zijn-tijd, volgt het ritme van de "pogingen" en vermengt: een oude koffiekan, vier platte stenen, het voedsel op het vuur, het water, het vuur, de beschutting, het territorium, de trajecten.... Gemoedsrust. "Niemand probeert te achterhalen wat hen mankeert, wij zijn op zoek naar wat ons ontbeert om te bestaan in hun ogen". Een film-hommage ook, aan ce gamin-là, Janmari.