Verfraaien en weer gezond maken, de Grote Markt verbinden met de Schaarbeeksepoort; het niveauverschil tussen de Schaarbeekse- en de Keulenpoort overbruggen Š Dit waren de voornaamste ideeën die stedenbouwkundigen vanaf midden 19de eeuw tot de naoorlogse periode aanzetten tot grootscheepse en herhaaldelijke werken in de Pachecowijk: een volkswijk die toen aan de rand van de stad lag, en waarvan enkel nog een gelijknamige straat getuigt.
Maar men stelde zich niet tevreden met enkel het opkuisen van de "Bas-Fonds", de laagstad bevolkt door proletariërs, cabarets en andere liederlijke oorden: de aanleg van de kleine ring, de Noord-Zuidspoorwegverbinding, en van het Rijksadministratief Centrum wisten elk spoor ervan, tot de archeologische ondergrond toe.
Vandaag zijn de Sint-Joostenaars en de Schaarbekenaars lang geen afgelegen dorpsbewoners meer. De Schaarbeeksepoort werd het Kruidtuinkruispunt en de Keulenpoort het Rogierplein. In het RijksAdministratief Centrum (of kortweg RAC) werd het Vesaliusgebouw genoemd naar een voormalige straat die daar liep. Enkel de Meyboom, reeds 696 jaar icoon van de Brusselse traditie, roept de herinnering aan de "Bas-Fondisten" en hun wijk op, opgeofferd aan kantoren en banken.
Het idee van een centraal centrum dat alle staatsdiensten hergroepeert, dateert van 1937. Pas in 1958, in het zog van de wereldtentoonstelling, is er de eerste steenlegging. De werf zou vier jaar durenŠ maar werd uiteindelijk voltooid in 1983! Het oorspronkelijke project, dat aan 14000 ambtenaren onderdak zou bieden, strandde. Maar toch zouden 700 families onteigend worden - om plaats te ruimen voor het kantorencomplex van zo’n slordige 5500 ambtenaren, dat in één ruk de buurt rond de Schaarbeekstraat en haar overdekte Cluysenaarsmarkt (onder de huidige esplanade) verpletterde.
Indertijd beweerde men dat de bouw van een administratief centrum de mogelijk bood om "de omliggende zones herop te bouwen" en "de menselijke verbinding tussen hoog- en laagstad te herstellen door de aanleg van een attractie- en circulatiezone". In de praktijk vormt deze zone voornamelijk een tochtgat dat bovendien vaak als breuk wordt ervaren, als een drempel die het onderscheid tussen hoog- en laagstad markeert. Vandaag worden dezelfde argumenten als voorheen aangewend om datzelfde Centrum te ontmantelen. Als ging het om een eindeloze cyclus van tabula rasa (die reeds de Putterijwijk, de Isabellawijk, de Marollen enz trof), een dwangmatige reflex van opnieuw "verbinden", opnieuw "opbouwen".
De site is nu niet meer in handen van de staat, maar van privé-investeerders. Weldra zullen alle administratieve diensten verhuizen. Dit wil zeggen dat de 4700 ambtenaren die er nu nog zitten, meeverhuizen naar nieuwe kantoren - versgebouwd in de Noordwijk en de Zuidwijk. En het Centrum, zonder officiële gebruikers, wacht op een nieuwe bestemming. Deze wachttijd riskeert nog enkele jaren te duren.
Wat blijft er over? Een enorme leegte -een stadskanker- maar ook een fantastische voorraad aan publieke ruimte! Een potentieel Centrum waar PleinOPENair deze zomer volop gebruik van maakt, en waarvoor dit mobiele festival voor één keer verzaakt aan haar traditionele nomadisme.
Gedurende één maand heb je duizend en één redenen om naar "het RAC" af te zakken. Het programmakrantje stelt er je enkele van voor: een programma vol voorstellingen en projecten van verenigingen, collectieven en individuen. Zelf vind je zeker ook nog goede redenen. En "zomaar" langskomen mag ook!