Cinéma Nova

Beatgeneration en hippies : de psychedelische tegencultuur

“Dames en heren, het spel verandert. De mens staat op het punt om eindelijk dat fabuleuze elektrische netwerk te gebruiken dat zijn schedel bevat. De actuele sociale instituties zouden er beter aan doen om zich op deze verandering voor te bereiden.” (Timothy Leary & Richard Alpert, 1963).

Midden jaren 60 zijn er allerlei veranderingen op til in de Amerikaanse populaire cultuur. LSD raakt wijdverspreid en zet aan tot een tegencultuur die zeer invloedrijk en vindingrijk blijkt te zijn. Literatuur, film en muziek getuigen daarvan. De schrijvers van de “beat generatie” (Kerouac, Ginsberg, Burroughs), en daarna de hippies, promoten drugs als een middel om een nieuw bewustzijn te bereiken. In Europa experimenteerden artiesten en intellectuelen al in de 19de eeuw met allerlei drugs, voornamelijk hasj en opium, wat ze in hun oeuvre verwerkten. Antonin Artaud was gefascineerd door de Tarahumaras van Mexico, die een hallucinogeen middel, peyotl, in hun sjamaansessies gebruikten. Mescaline vergezelt de creatie van auteurs zoals Michaux (“Beelden van de visionaire wereld”) en Huxley. In het verlengde hiervan werpt een hele generatie zich euforisch op middelen die het bewustzijn beïnvloeden, en contesteren alzo de cultuur van het welslagen en de waarden van de vorige generatie. Acid wordt het verbindingssymbool van deze generatie en alles wat er uit volgt, zoals de muzikale cultuur van de jaren 70, de rockscène in het bijzonder.