"Tornando a casa" behoort tot die eerste langspeelfilms die de revival van de Italiaanse cinema aankondigen. Deze film, opgemerkt en geprezen op tal van filmfestivals, thematiseert de (dodelijke) moeilijkheden van hen die besluiten de zee tussen Europa en Afrika over te steken, maar haalt meteen de stereotiepe cinematografische aanpak ervan onderuit. Vincenzo Marra jongleert met de rollen van slachtoffer en agressor, draait ze om én verveelvoudigt ze, alle gedragen door een zoektocht naar identiteit en door een fatalisme dat een loopje neemt met de personages. De centrale plaats van de film is een vissersboot (gepositioneerd tegenover het (on)gastvrije gastland): zowel huis-clos, ballingsoord, als riskante broodwinning. Hoewel verboden voor Italiaanse vissers beslist de kapitein om in Tunesische wateren te vissen, tot ongenoegen van Franco en Samir, de jongsten van het bootgezelschap: Samir is een "illegale" emigrant voor wie het overtreden van de wet het risico op onmiddellijke uitzetting inhoudt. Marra kiest voor het sociaal realisme; zo werden sommige acteurs rechtstreeks uit het havenmilieu gekozen. Zijn manier van filmen, wrang en hard, stemt overeen met het harde leven (onder de Napolitaanse zon) van de personages en accentueert de perceptie van hun woede, maar ook het uitblijven van een reactie. Ver van de gebruikelijke woordenvloed van de Napolitanen, steunt deze film op een prangende aanwezigheid van stilte en blikken, op het aanschouwen van en deelnemen aan vijandige verhoudingen tussen mensen.





Zich aansluiten